Blog Alle
Crypto
Finance
Goud, de euro of Bitcoin: wat maakt geld eigenlijk goed?
Jordy ten Toom

Drie eeuwenoude antwoorden op een vraag die Bitcoin opnieuw actueel maakt.
🕗 4 minuten
Er bestaat een oude vuistregel die de naam draagt van de zestiende-eeuwse Engelse koopman Thomas Gresham: slecht geld verdrijft goed geld. Heb je twee munten die dezelfde waarde hebben, dan geef je de zwakste uit en houd je de sterkste achter de hand. Het goede geld verdwijnt daarmee stilletjes uit omloop.
Maar die wet veronderstelt iets wat ze zelf niet uitlegt. Want wat maakt geld eigenlijk goed? Die vraag is ouder dan Bitcoin, ouder dan de euro en zelfs ouder dan het bankwezen. Aristoteles brak er in de vierde eeuw voor Christus al zijn hoofd over. Vierentwintig eeuwen later zijn we het nog niet eens. Welk antwoord jij het meest geloofwaardig vindt, bepaalt ook grotendeels wat je van goud, de euro en bitcoin vindt.
Lees ook: Waarom niemand in 2026 meer pizza koopt met Bitcoin
Vertrouwen bepaalt de kwaliteit van geld
In 2009 schreef de Duitse econoom Philipp Bagus een paper met de titel The Quality of Money. Zijn punt was dat economen eindeloos praten over de hoeveelheid geld, maar nauwelijks over de kwaliteit. Volgens hem ontstaat die kwaliteit in het hoofd van de gebruiker, in het vertrouwen dat mensen in het geld stellen.
Bagus illustreert het met een voorbeeld uit een krijgsgevangenenkamp waar sigaretten als geld dienden. Toen het gerucht ging dat de toevoer zou opdrogen, rookten gevangenen ze op in plaats van ermee te betalen, en stortte de sigaret als ruilmiddel in. De hoeveelheid was niet veranderd. Alleen het vertrouwen.
Onder dat vertrouwen liggen wel objectieve eigenschappen. Goed geld is deelbaar, draagbaar, duurzaam, herkenbaar en homogeen. Maar bovenal moet het zijn koopkracht vasthouden over tijd. Dat is voor Bagus geen bijkomstigheid: waarde bewaren is een van de drie kernfuncties van geld, naast ruilmiddel en rekeneenheid zijn. Hoe beter geld dat kan, hoe meer mensen het willen aanhouden. Verliest het die eigenschap, dan daalt de vraag ernaar.
Waar die stabiele waarde vandaan moet komen, bestaan al eeuwenlang drie verschillende antwoorden.
Drie eeuwenoude antwoorden op dezelfde vraag
De eerste school is de metallistische. Haar kernidee is dat goed geld voortkomt uit een goed dat de markt zelf koos, omdat het schaars en bruikbaar is. Goud en zilver werden niet bij wet tot geld verklaard; ze groeiden erin, omdat mensen ze vertrouwden. De waarde zit in het materiaal. Valt het vertrouwen in een munt weg, dan heb je nog altijd de onderliggende waarde van het goed.
De tweede school keert dat volledig om. Het chartalisme, met wortels bij de Duitse econoom Georg Friedrich Knapp, opgepikt door Keynes en later uitgewerkt in de Modern Monetary Theory, stelt dat geld een schepping is van de staat. Een briefje van vijftig is niets waard om wat het is, maar om wat het kan: belasting ermee betalen. Omdat de overheid eist dat je je belasting in euro's voldoet, heeft iedereen euro's nodig, en daarmee is de waarde geregeld. Geld is hier geen marktproduct, maar een juridisch en politiek instrument.
De derde school, de Oostenrijkse, deelt met de metallisten de liefde voor schaarste, maar voegt er een politieke laag aan toe. Voor denkers als Ludwig von Mises is goed geld vooral geld dat buiten het bereik van de politiek staat. Mises noemde "sound money" met zoveel woorden een instrument om burgers te beschermen tegen een overheid die anders via inflatie stilletjes in hun spaargeld graait. Inflatie is in die ogen een verborgen belasting, eentje waar nooit iemand voor heeft gestemd.
Daarmee stellen alle drie scholen uiteindelijk dezelfde machtsvraag, elk met een ander antwoord: wie hoort zeggenschap over geld te hebben? De markt, de staat, of een onafhankelijk netwerk?
Lees ook: Hoe meet je dat?
Goud bewaart waarde, de euro faciliteert gebruik, Bitcoin probeert beide
Goud heeft een staat van dienst van vijfduizend jaar, een aanbod dat jaarlijks met circa één à twee procent groeit en een waarde die ook zonder overheid overeind blijft. Maar voor het dagelijks leven is het onpraktisch. Het fungeert sterk als waardeopslag, zwak als betaalmiddel.
De euro is het spiegelbeeld: redelijk snel, op veel plekken geaccepteerd, digitaal en stuurbaar bij een crisis. Maar diezelfde stuurbaarheid is ook haar kwetsbaarheid. Niets dwingt op lange termijn af dat de hoeveelheid beperkt blijft, en de geschiedenis van papiergeld kent veel munten die door inflatie hun koopkracht verloren. Daar komt het Cantillon-effect bij: wie nieuw geld als eerste in handen krijgt, doorgaans banken en grote vermogensbezitters, geeft het uit tegen oude prijzen. Tegen de tijd dat de gewone spaarder aan de beurt is, zijn die prijzen al gestegen.
Bitcoin heeft een keihard begrensd aanbod van eenentwintig miljoen stuks, halveert elke vier jaar de uitgifte en is in seconden de wereld over te sturen. Geen centrale partij kan de hoeveelheid bijstellen. Zijn zwakte zit in de prijsschommeling. Onderzoek van de economen Baur en Dimpfl toonde aan dat Bitcoins volatiliteit tot tien keer hoger uitvalt dan die van grote wisselkoersen zoals de dollar tegen de euro. Die beweeglijkheid daalt naarmate de markt volwassener wordt, maar ondermijnt voorlopig nog de rol als rekeneenheid.
Hetzelfde gedrag dat Gresham's Law beschrijft, speelt hier mee: zolang mensen Bitcoin als waardedrager zien en de euro als het geld waarmee ze dagelijks afrekenen, blijft Bitcoin buiten de omloop. Niet omdat het faalt, maar omdat het in de ogen van de gebruiker te goed is om uit te geven.
Lees ook: Bitcoin in 2026: vijf perspectieven op een volwassen netwerk
Bitcoin draagt zijn moeilijkste eigenschappen al in zich
Goed geld blijkt afhankelijk van wat je het zwaarst laat wegen: schaarste, bruikbaarheid of onafhankelijkheid van de macht. Op dat punt onderscheidt Bitcoin zich van goud en fiat in één opzicht: het kan als enige nog groeien in de functies die nu nog ontbreken.
De volatiliteit daalt naarmate de markt volwassener wordt. Hoe lager die wordt, hoe groter de kans dat mensen Bitcoin gaan gebruiken als betaalmiddel. Maar de schaarste en onafhankelijkheid die Bitcoin nu al heeft, kun je er niet meer in bouwen als ze ontbreken. Een fiatmunt maak je niet alsnog schaars. Goud niet alsnog makkelijk draagbaar. Bitcoin draagt zijn moeilijkste eigenschappen al in zich en zou de andere nog kunnen krijgen.
Dat is geen zekerheid. Bitcoin staat nog voor forse hobbels: regulering, technologische uitdagingen, schaalbaarheidsproblemen. De kans dat het nooit zover komt, is reëel. Maar het is op dit moment de enige van de drie waarbij die mogelijkheid er überhaupt in zit.
Bronnen
Bagus, P. (2009). The quality of money. Quarterly Journal of Austrian Economics. https://mises.org/quarterly-journal-austrian-economics/quality-money
Radford, R.A. (1945). The economic organisation of a P.O.W. camp. Economica. https://courses.cit.cornell.edu/econ4260/out/radford_pow.pdf
Knapp, G.F. (1905/1973). The state theory of money. Liberty Fund. https://www.jstor.org/stable/1820597
Von Mises, L. (1912). Sound money as an instrument for the protection of civil liberties. Liberty Fund. https://oll.libertyfund.org/quotes/ludwig-von-mises-argues-that-sound-money-is-an-instrument-for-the-protection-of-civil-liberties-and-a-means-of-limiting-government-power-1912
Baur, D.G. & Dimpfl, T. (2021). The volatility of Bitcoin and its role as a medium of exchange and a store of value. Empirical Economics, 61(5), 2663–2683. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33424101/
River. (z.d.). Cantillon effect. https://river.com/learn/terms/c/cantillon-effect/
Encyclopaedia Britannica. (z.d.). Gresham's law. https://www.britannica.com/money/Greshams-law
Illustratie door Jop van Vlaanderen
Laatst bijgewerkt in juni 2026
Onze Blog
Laatste
Inzichten & Tips
Blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen
in crypto-onderwijs en blockchain technologie
Klaar om te starten?
Neem contact met ons op voor een vrijblijvende offerte op maat






